1. Audio Visueel     |     Fotografie     |     BB | KB | GL

Licht

Dit begrip komt voor in

Fotografie
Film

© VMBO MVI



Lichtbron: waar komt het licht vandaan?

Daglicht: natuurlijk licht van de zon of de maan.

Hard licht: het licht komt vanaf één punt. Vaak is dit de felle zon van de middag af een flitser op je camera. Je krijgt hier scherpe en donkere schaduwen mee op je foto.

Diffuus licht: een zacht licht, het licht valt van alle kanten op je onderwerp. De schaduwen zijn zacht en licht. Bijvoorbeeld als het buiten erg bewolkt of mistig is. Het zonlicht wordt dan gefilterd door de mist of de wolken.

Kunstlicht: licht van lampen.

Spotlight: scherpe lichtstraal op iets richten. Dit kan direct op je onderwerp zijn, of indirect, omdat je het licht op een reflector richt. Dan is het licht minder hard.

Zijlicht: licht komt van de linker- of van rechterzijkant van het object. Je kunt bepaalde details, dieptes en uitdrukkingen benadrukken in een foto.

Frontaal licht: je fotografeert met het licht in je rug. Het licht schijnt op het onderwerp dat je in beeld brengt. Dit levert een zeer vlak licht op, waardoor er bijna geen schaduwen op jouw object zitten.

Tegenlicht: het licht komt vanachter het onderwerp vandaan. De foto wordt tegen het licht in genomen. Hierdoor kan je het onderwerp donker worden, zodat je het bijna niet kan zien.  Het geeft een spannend, dramatisch effect. En ook: als iemand anoniem in beeld is, wordt er vaak tegenlicht gebruikt om de persoon heel donker te maken.

Clair-obscur: een speciale techniek waarbij de licht-donker contrasten worden overdreven. Hierdoor ontstaat een dramatisch effect. Het wordt veel toegepast in de portretfotografie.

Flitslicht: korte felle lichtflits met behulp van een flitser. Een flitser kan een los apparaat zijn, maar is in veel camera' s ingebouwd.